Nederland
Trending

Vrouwe Justitia FAALT, Grootkapitaal WINT – Rechtbank pleit staat vrij in PFAS discussie

De rechtbank Den Haag oordeelt dat de Nederlandse Staat 'voldoende' doet tegen PFAS-vervuiling. Maar klopt dat wel? Een analyse van een uitspraak die haaks staat op de lessen van Urgenda.

Op 11 februari 2026 deed de rechtbank Den Haag uitspraak in wat door mij en wellicht anderen werd gezien als de ‘Urgenda 2’-zaak: vijf milieuorganisaties – vier regionale milieufederaties en Stichting Gezond Water – tegen de Nederlandse Staat. De inzet: een directe stop op PFAS-lozingen in lucht, water en bodem, een landelijke inventarisatie van vervuilende bedrijven, sanering, en verscherpt toezicht. De uitkomst: alle vorderingen afgewezen. De staat doet “voldoende”, aldus de rechtbank.

Het oordeel? De Staat doet ‘op dit moment voldoende’. De maatregelen zijn ‘geschikt en voldoende’. En – de meest opmerkelijke zin: “het is niet aan de rechter om keuzes hierin voor te schrijven.”

Die laatste zin klinkt als een neutrale, constitutionele wijsheid. Maar wie de recente Nederlandse rechtsgeschiedenis kent, weet dat het een keuze is. Een keuze om niet in te grijpen. Een keuze die de Hoge Raad in de Urgenda-zaak wél durfde te maken – en die miljoenen Nederlanders nu met PFAS in hun bloed in de kou laat staan.

De feiten: iedereen is al vergiftigd

Laten we beginnen bij de feiten die de rechtbank zelf erkent. De rechter bevestigt dat PFAS “forse risico’s voor het milieu en de gezondheid met zich mee kunnen brengen” en dat het nodig is om de verspreiding tegen te gaan. Dat is geen verrassing. Uit bloedonderzoek van het RIVM bleek vorig jaar dat vrijwel iedere Nederlander meer PFAS in het bloed heeft dan wetenschappelijk verantwoord wordt geacht [bron]. Dat bloed werd nota bene al in 2016 en 2017 afgenomen, sindsdien is de blootstelling alleen maar toegenomen.

PFAS (dat zijn per- en polyfluoralkylstoffen) zijn geen gewone vervuiling. Ze breken niet af. Niet in de bodem, niet in het water, en niet in het menselijk lichaam. Elke gram PFAS die vandaag in het milieu terechtkomt, blijft daar voor altijd. Het RIVM waarschuwt expliciet dat voortdurende emissies bijdragen aan “de gestage ophoping” van PFAS, wat kan leiden tot “een situatie waarin blootstelling aan PFAS onomkeerbaar wordt, met concentraties die schadelijke effecten op mens en milieu onvermijdelijk maken” [bron].

Dit is geen abstract toekomstscenario. Dit is nu. Dit is het bloed van uw kinderen, uw buren, uw geliefden op het spel.

De Urgenda-les die de rechter weigert te leren

De rechtbank verschuilt zich achter het argument van de scheiding der machten: de rechter schrijft geen beleid voor, dat doet de politiek. Maar diezelfde rechtbank in Den Haag – en uiteindelijk de Hoge Raad – bepaalde in de Urgenda-zaak precies het tegenovergestelde.

In Urgenda voerde de Staat exact hetzelfde verweer: de rechter mag geen klimaatbeleid dicteren. Het Gerechtshof verwierp dat argument. De Hoge Raad bevestigde: wanneer mensenrechten in het geding zijn, in dit geval het recht op leven (artikel 2 EVRM) en het recht op privé- en familieleven (artikel 8 EVRM), dan is het niet alleen het recht, maar de plicht van de rechter om een minimale beschermingsnorm te handhaven [bron, bron]. De rechter hoeft niet voor te schrijven hoe de staat het doel bereikt, maar mag en moet wél vaststellen dat er een ondergrens is.

Die ondergrens was in Urgenda de wetenschappelijk onderbouwde eis van minimaal 25% CO₂-reductie ten opzichte van 1990. Bij PFAS is de situatie zo mogelijk nog duidelijker: de stof breekt niet af, accumuleert in het lichaam, en vrijwel heel Nederland zit al boven de veilige grens. Als er ooit een situatie was waarin een minimumnorm afdwingbaar is, dan is het deze.

Maar de rechtbank kiest ervoor om dat niet te doen. Niet omdat het niet kan, Urgenda bewijst dat het kan, maar omdat de rechter het niet wil.

Chemours: het rokende pistool dat de rechter negeert

De absurditeit van het oordeel “geschikt en voldoende” wordt pijnlijk zichtbaar als je kijkt naar wat er in de praktijk gebeurt. Neem Chemours in Dordrecht, de opvolger van DuPont, het bedrijf dat decennialang PFOA en later GenX over de regio uitstrooide.

Chemours draait nog steeds. Het bedrijf loost nog steeds PFAS-houdend afvalwater. In juli 2025 legde de DCMR sancties op aan Chemours voor vijf overtredingen, waaronder het onjuist opslaan van afvalstoffen en het niet aanleveren van verplichte rapportages [bron]. Het bedrijf werd betrapt op het lozen van stoffen waarvoor het niet eens een vergunning had. Zelfs de gemeente Dordrecht, niet bepaald een radicale milieubeweging, adviseerde om Chemours géén nieuwe vergunning te verlenen voor de lozing van de PFAS-stof TFA, omdat de gemeente “momenteel geen vertrouwen heeft in Chemours” [bron].

En toch zegt de rechtbank: de staat doet genoeg.

Hier wringt de schoen. Als de overheid Chemours morgen zou dwingen tot volledige sluiting – of op zijn minst tot het volledig stopzetten van alle PFAS-emissies – dan zou dat aantoonbaar de PFAS-belasting verminderen. Het is een concrete, beschikbare maatregel die niet wordt genomen. De rechtbank accepteert dat de staat mag kiezen voor een ‘geleidelijke’ aanpak, wetende dat het RIVM oordeelt dat elke microgram PFAS of soortgelijke stoffen per definitie er een teveel is, zonder te toetsen of er effectievere alternatieven beschikbaar zijn die de staat bewust links laat liggen.

“Maar de werkgelegenheid!”

Het onuitgesproken argument achter de terughoudendheid van de rechtbank is economisch: bedrijven sluiten kost banen, het PFAS-verbod zou de industrie ontwrichten. De landsadvocaat voerde aan dat “de Nederlandse samenleving buitensporig geschaad wordt als de aanpak van de PFAS-problematiek te streng is” [bron].

Laten we dit argument eens op zijn merites beoordelen. Stel dat een bedrijf contraband produceert en daarbij giftig afval in de rivier dumpt. Zou iemand dan accepteren dat de overheid zegt: “Ja, maar er werken 500 mensen, dus we pakken het geleidelijk aan”? Natuurlijk niet. De activiteit is schadelijk, de schade is onomkeerbaar, en het feit dat het bedrijf er geld mee verdient maakt het niet minder schadelijk.

Bij PFAS is de situatie identiek met uitzondering van dat het (nog) niet crimineel is. We weten dat het giftig is. We weten dat het niet afbreekt. We weten dat het zich ophoopt in mensenlichamen. We weten ook dat vrijwel alle Nederlanders al boven de veilige grens zitten. Het feit dat Chemours mensen in dienst heeft en producten levert, verandert niets aan het fundamentele probleem: het bedrijf vergiftigt de bevolking, en de overheid staat het toe.

De ironie van “Europees aanpakken”

Een van de pijlers van het verweer van de Staat is dat Nederland zich inzet voor een breed Europees PFAS-verbod via het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA). De rechtbank accepteert dit als bewijs van voldoende inzet [bron].

Maar dit argument bevat een giftige ironie. Het voorgestelde Europese PFAS-verbod, mede geïnitieerd door Nederland, stuit op massief verzet van de industrie. ECHA ontving een recordaantal zienswijzen. Een daadwerkelijk verbod met overgangstermijnen wordt niet in 2026 of later verwacht, en de uitzonderingen dreigen het verbod tandenloos te maken [bron]. Intussen blijft de PFAS-kraan gewoon openstaan.

Het is alsof een brandweerman zegt: “We hebben een internationaal plan om branden te bestrijden” terwijl het huis voor zijn neus afbrandt en hij de slang in zijn hand heeft. De Europese route is belangrijk, maar ontslaat de Nederlandse overheid niet van haar eigen, nationale zorgplicht. De Urgenda-rechtbank begreep dat: het feit dat klimaatverandering een mondiaal probleem is, ontsloeg Nederland niet van zijn eigen verantwoordelijkheid.

Wat er op het spel staat

Tientallen bedrijven weigeren mee te werken aan onderzoek naar hun PFAS-lozingen schrijft ook de NOS [bron]. Er is nog steeds geen compleet overzicht van waar in Nederland PFAS-vervuiling zit. De milieuorganisaties vroegen om precies dat: een inventarisatie, een lozingsverbod, saneringswerkzaamheden, verscherpt toezicht, een bevolkingsonderzoek. Allemaal afgewezen [bron].

Egbert Lobee van Stichting Gezond Water vatte het treffend samen: “Ik vraag me af of die rechters van een andere planeet komen. Dit is afschuiven en geen beslissing durven nemen. Moeten we eerst wachten tot heel Nederland verontreinigd is?”.

Het antwoord, op basis van de wetenschappelijke feiten, is dat heel Nederland al verontreinigd ís. De PFAS zitten al in ons bloed, in ons drinkwater, in onze bodem. De vraag is niet of de schade er is – die is er – maar of we bereid zijn om die schade te stoppen of dat we rustig vergaderen terwijl de gifbeker steeds voller wordt.

Tijd om te knokken, op naar de volgende ronde

De milieuorganisaties hebben aangegeven in hoger beroep te gaan. Zij hebben daarin een sterk precedent: de Urgenda-zaak werd in eerste aanleg ook gewonnen, maar het was het Gerechtshof en uiteindelijk de Hoge Raad die de meest principiële uitspraken deden. Het is te hopen dat een hogere rechter bereid is om de vraag te stellen die de rechtbank Den Haag vermeed: als een stof zich permanent ophoopt in het lichaam van vrijwel iedere Nederlander, en de overheid laat bedrijven die deze stof uitstoten gewoon doordraaien – is dat dan werkelijk ‘voldoende’?

Vrouwe Justitia is vandaag blind geweest. Niet op de manier die bedoeld is, blind voor stand en status, maar blind voor de giftige realiteit die zich onder haar voeten ophoopt. Het grootkapitaal wint een slag. De vraag is of het de oorlog wint.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button

Eén klik voor meer onthullingen.